Dromen en exit strategie
19 07 2008De laatste week ben ik keiveel aan het dromen geweest. Tot 2 keer toe was ik zo precies half bewust dat ik aan het dromen was. In dat geval heb ik één test exit-strategie. Luid beginnen brullen en roepen.
De intensiteit van de droom-inspanning maakt dan precies een sprong van droom naar realiteit waardoor ik ineens, en al luidkeels roepend, wakker word in bed. Grappig eigenlijk, zo van in ‘t zwembad ineens in je bed belanden en eigenlijk had ik geen reden om uit die droom te stappen want ze was best wel aangenaam.














Mensen die me een soortgelijke beschrijving gaven, koppelden dat aan een “soort schuldgevoel”, “ongerustheid” of “ongeduldigheid”.
(oei ik mag nu niet slapen, want… of als ik nu indommel ga ik mogelijks… of ik mag hier niet te lang liggen wachten want…)
“Iets” liet niet toe dat de diepere slaat ongehinderd mocht intreden.
Dat je geen reden kan geven waarom je uit de droom stapte, wil niet zeggen dat er geen reden is. Soms is het een zo vanzelfsprekend iets dat niet snel als reden gezien wordt. (bvb tanden vergeten poetsen of pyjama nog aandoen).
“Oppervlakkig slapen” werd eveneens vaak verwoord. Gemeenschappelijk was eveneens: “de droominhoud perfect kunnen herinneren en dat het best aangename droominhouden waren”. (Dit in tegenstelling tot een “gewone” lange diepe slaap met meerdere REM-intervallen, waarna men ’s morgens niet meer weet waarover men droomde).